Home    Contact    Privacy Policy    Disclaimer   
06 526 913 50




Eerste controle

Wat moet je meenemen?

  • Verzekeringspas en legitimatie;
  • Informatie over eventuele vorige zwangerschap(pen) en bevalling wanneer je nog niet bij ons bekend bent.
  • Als je het weet, de eerste dag van je laatste menstruatie
 
Het gesprek
 
De eerste controle duurt ongeveer 60 minuten. Tijdens de controle gaan we veel aan je vragen en in het computersysteem zetten. Al deze vragen zijn erop gericht om een zo goed mogelijk beeld te vormen van jou leef- en gezondheidssituatie om zo onze zorg volledig te kunnen laten aansluiten op jouw behoeften. Ook kunnen we direct risico’s voor de zwangerschap of bevalling signaleren en hierop actie ondernemen door middel van onderzoek in te zetten of adviezen te geven.
 
De volgende onderwerpen komen onder andere aan bod:
  • Jouw persoonsgegevens;
  • Persoonsgegevens van de vader;
  • Medische gegevens, oa. Gewicht, lengte, operaties, ziektes, allergieën, enz. Ook willen we graag weten of je de waterpokken hebt gehad en of je zelf bent ingeent;
  • Familie gegevens; Zijn er aangeboren (erfelijke) afwijkingen bij ouders of broers/zussen? (vraag dit evt alvast na);
  • Voorgeschiedenis van eventuele zwangerschappen en bevallingen;
  • Leefstijl, dieet, voedingsgewoonten, maar ook roken, alcohol en/of drugsgebruik;
  • Gegevens van je menstruatiecyclus.
 
Na al deze gegevens te hebben verzameld, kunnen we je direct vertellen of er op dat moment al iets is wat een eventueel risico kan vormen. Ook kan het zijn dat er aan de hand van de gegevens later in de zwangerschap extra onderzoek zal worden gedaan, zoals bijv. een suikertest of een groei echo. Dit zullen we je dan ook direct laten weten.
 
Iedere zwangere waarbij er bijzonderheden naar voren komen tijdens het eerste gesprek, bespreken wij met een van de gynaecologen van het Dirksland ziekenhuis. Samen komen wij tot een zorgpad wat specifiek voor jou geldt. Zo krijg je de juiste en aangepaste zorg die nodig is. Het kan ook dus voorkomen dat je zowel bij ons als bij de gynaecoloog (gedeeltelijk) onder controle loopt. 

 


 
1e echo
 
Naar aanleiding van de eerste dag van je laatste menstruatie kun we uitrekenen hoever je ongeveer zwanger bent. Zo hebben we een indicatie van wat we kunnen verwachten bij de echo. Omdat de eerste echo vroeg in de zwangerschap is en je baarmoeder nog achter je schaambot ligt tot 12 weken, kan het zijn dat we het niet goed kunnen beoordelen door je buik heen. We proberen altijd eerst via je buik te kijken (lukt ook vaak), maar mocht dit geen duidelijk beeld geven dan kan het zijn dat we een vaginale echo moeten maken. De vaginale echokop is een dun staafje (1,5-2cm breed) wat we voorzichtig je vagina inbrengen, niet verder dan een vingerlengte. Dit onderzoek is voor bijna alle vrouwen pijnvrij. Doordat je dichter bij de zwangerschap kunt komen is het beeld veel duidelijker.

Tijdens deze echo kijken we naar je baarmoeder en wat daarin gebeurd. We kunnen vaststellen of er een zwangerschap is, of het één of meerdere vruchtjes zijn en of het hartje klopt. Vanaf 6 weken start het hartje met kloppen. Ook meten we de lengte van het vruchtje van kruin tot stuit. Hiermee kunnen we zien hoe lang je precies zwanger bent en dus een uitgerekende datum vaststellen.

Een kloppend hartje geeft geen garantie op het niet krijgen van een miskraam, dit kunnen we niet zien of voorspellen. Wanneer er uit de echo blijkt dat je nog geen 10-11 weken zwanger bent of verder, dan wordt er een herhalingsecho ingepland. De termijnecho. Wanneer je wel voorbij de 10-11 weken blijkt te zijn, dan is dit de termijnecho. (Zie dit niet als teleurstelling voor het niet krijgen van een herhalingsecho, want wij doen standaard bij iedereen tijdens de 2e controle nog een keer kijken met de echo als service).

De termijnecho moet worden uitgevoerd tussen de 10-12 weken. Alle kinderen groeien tot 12 weken in dezelfde snelheid en daardoor kan de precieze termijn van de zwangerschap dan goed vastgesteld worden. Het kan dus zijn dat je zwangerschapsduur en uitgerekende datum dus nog veranderd tijdens de termijnecho. Daarna staat de uitgerekende datum vast en wordt deze niet meer aangepast. Natuurlijk krijg je aan het einde van het echo onderzoek een eerste foto mee van je kindje!

 

 
 

Bloedonderzoek


Tijdens de eerste controle nemen we bloed af. Dit gebeurt soms op de praktijk zelf, soms krijg je het aanvraag fomulier mee en mag je bij de de polikliniek van het Dirksland ziekenhuis (het Nieuwe Weergors) gaan prikken. Het laboratorium onderzoekt het bloed op drie infectieziekten: hepatitis B, Lues (syfilis) en hiv. Het laboratorium bepaalt ook de bloedgroep, Rhesus D, Rhesus c en onderzoekt of je antistoffen tegen bloedgroepen hebt. Ook wordt er een niet nuchtere suiker bepaald en je ijzergehalte (Hb). Als het laboratorium een afwijkende uitslag vindt, kan dit meestal tijdens de zwangerschap al een behandeling krijgen. Hierdoor wordt de kans kleiner dat het kind ziek wordt. Het bloedonderzoek spoort aandoeningen op die zeer schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van het kind, zelfs voor het is geboren. Bijna altijd is behandeling mogelijk, waardoor de kans kleiner wordt dat het kind ziek wordt. Op indicatie kunnen er nog andere punten bepaald worden, zoals schildklierwaarden, vitaminen of immuniteit van waterpokken of andere ziekten.

   

Het laboratorium bepaalt je Rhesus D-bloedgroep. Je kan Rhesus D-positief of Rhesus D-negatief zijn. Van alle zwangere vrouwen is 85% Rhesus D-positief en 15% Rhesus D-negatief. Wanneer je Rhesus D-negatief kan het zijn dat dit verschilt van je kind, wanneer deze D-positief is. Het positief zijn betekend dat je al antistoffen hebt. Dit kan in theorie dus botsen en gaat jouw immuunsysteem antistoffen hiertegen aanmaken. Dit kan geen kwaad voor een eerste zwangerschap, maar kan wel gevolgen hebben voor een eventuele volgende zwangerschap. Om deze gevolgen te voorkomen prikken wij bij 27 weken zwangerschap nogmaals bloed bij en wordt hieruit bepaald of je kind Rhesus D-positief of D-negatief is. Wanneer je kind D-positief is, zal je bij 30 weken en na de bevalling een prik krijgen met anti D. Dit zorgt ervoor dat je geen antistoffen aan gaat maken in je lichaam en het dus veilig blijft voor een volgende zwangerschap. Wanneer je kind ook D-negatief is hoeft er geen prik gegeven te worden, want er kan geen botsing optreden.
 
Het laboratorium bepaalt ook je Rhesus c-bloedgroep. Je kan Rhesus c-positief of Rhesus c-negatief zijn. Van alle zwangere vrouwen is 82% Rhesus c-positief en 18% Rhesus c-negatief. Bij Rhesus c-negatief geldt hetzelfde als bij D-negatief. Omdat er dus verschil kan zijn met je kind wordt dit bij 27 weken zwangerschap bepaald. Voor Rhesus c-negatieve vrouwen bestaat er géén prik met anti c.
 
Bij beide Rhesus factoren wordt er tijdens het bloedonderzoek bij 27 weken zwangerschap ook direct getest of je misschien al een botsing hebt gehad met het bloed van je kindje. Dit blijkt dan uit antistoffen die jij aanmaakt. Mocht dit het geval zijn, dan wordt er een vervolg bloedonderzoek uitgevoerd en eventuele extra controles op de groei met de echo. Dit komt gelukkig maar weinig voor.
 
De uitslagen van het bloedonderzoek hebben wij binnen 1 week binnen op de praktijk. Wanneer er bijzonderheden zijn waar direct iets meegedaan moet worden, dan nemen we contact met je op. Anders hoor je de uitslagen bij de volgende controle.

 


 
Lichamelijk onderzoek
 
We zullen je gewicht en lengte noteren bij de eerste controle, dit is om je BMI te kunnen bereken.
Verder meten we iedere controle je bloeddruk. Deze kan in de eerste helft van de zwangerschap iets zakken en in de tweede helft weer stijgen.
Pas na 12 weken zwangerschap gaat je baarmoeder achter je schaambotje vandaan komen. Na deze tijd zullen we bij iedere controle de hoogte van je baarmoeder voelen aan je buik, om te kunnen beoordelen of je baarmoeder en daarmee het kind goed groeit.

 


 
Aanvullend onderzoek
 
Als zwangere vrouw heb je in Nederland de mogelijkheid om in het eerste trimester van de zwangerschap onderzoek te doen (screenen) naar kans op het krijgen van een kindje met downsyndroom (trisomie 21), patausyndroom (trisomie 13) en edwardssyndroom (trisomie 18).
 
Ook kun je laten onderzoeken of je kind misschien een open ruggetje of schedel heeft, of een andere aangeboren lichamelijke aandoening. Dit is het structureel echoscopisch onderzoek op lichamelijke afwijkingen. (de 20 weken echo of SEO).
 
Deze onderzoeken kunnen misschien geruststellen over de gezondheid van het kind. Maar ze kunnen je ook ongerust maken, en je voor moeilijke keuzes stellen. Je bepaalt zelf of je de onderzoeken wilt en of je daarna eventueel nog vervolgonderzoek wilt laten doen mocht er een afwijking gevonden worden. Tijdens de eerste controle zullen we vragen of je informatie wilt ontvangen over deze onderzoeken. Wanneer je meer wilt weten zullen we je uitleggen wat de onderzoeken inhouden en eventueel inplannen als je hier gebruik van wilt maken.
 
Wil je alvast informatie dan kun je dit uitgebreid lezen op: www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl
 
 
   
 
 
   

NIPT

 
Per 1 april 2017 is de NIPT een vrije keuze test.
 

De NIPT (Niet Invasieve Prenatale Test) is een nieuwe test, waarbij bloed van de zwangere wordt afgenomen en onderzocht in een laboratorium. In het bloed van de moeder is ook DNA (erfelijk materiaal) van de placenta aanwezig. Met de NIPT kan dit DNA worden onderzocht op trisomie 21 (downsyndroom), trisomie 18 (edwardssyndroom) en trisomie 13 (patausyndroom). De NIPT biedt geen 100% zekerheid. Uit buitenlands onderzoek blijkt dat de test bij zwangere vrouwen met een verhoogde kans na de combinatietest het volgende kan aantonen: 

  • meer dan 99 op de 100 (99%) van de ongeboren kinderen met trisomie 21; 
  • 97 op de 100 (97%) van de ongeboren kinderen met trisomie 18;
  • 92 op de 100 (92%) van de ongeboren kinderen met trisomie 13.

De uitslag van de NIPT kan afwijkend of niet-afwijkend zijn. Bij een afwijkende uitslag van de NIPT zijn er sterke aanwijzingen dat het ongeboren kind een trisomie 21, 18 of 13 heeft. Echter, bij een afwijkende uitslag kan het voorkomen dat het kind toch geen trisomie heeft. Daarom is bij een afwijkende uitslag, om zekerheid te krijgen, een vlokkentest of vruchtwaterpunctie nodig als bevestiging van de NIPT uitslag.

 

De meeste uitslagen zijn niet-afwijkend. Bij een niet-afwijkende uitslag is de kans dat het kind toch een trisomie heeft zo klein (kleiner dan 1 op 1000) dat een vervolgtest niet geadviseerd wordt. Als zwangere vrouwen met een verhoogde kans op een trisomie de NIPT laten doen en de uitslag is niet-afwijkend, is een vlokkentest of vruchtwaterpunctie niet meer nodig.

 


NIPT heeft als voordeel dat bij de meeste zwangere vrouwen met een verhoogde kans op een kind met een trisomie 21, 18 of 13 na de combinatietest of vanwege een andere medische reden, geen vervolgonderzoek (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) meer nodig is als de uitslag van de NIPT niet-afwijkend is. Daardoor kunnen die vrouwen de kans op een miskraam vermijden. De kans op een miskraam bij een vlokkentest of vruchtwaterpunctie is 3 tot 5 op de 1000 testen. 

 

Nevenbevindingen

 
Wanneer je voor de NIPT kiest krijg je de keuze of je de test met of zonder nevenbevingen wilt laten uitvoeren.
 
Zonder nevenbevindigen betekend het dat er alleen gekeken wordt naar Trisomie 21,13,18.
 
Met nevenbevindingen betekend het dat er gekeken wordt naar alle chromosomen, behalve de geslachtschromosomen. Hierbij wordt er gekeken naar grote afwijkingen van de chromosomen. Er kunnen drie verschillende soorten nevenbevindigen gevonden worden:
 
1. Chromosoomafwijking bij het kind
 
2. Chromosoomafwijking in de moederkoek
 
3. Afwijking bij de zwangere zelf
 
 

 



Privacy Policy - Disclaimer - © 2002 - 2018 Verloskundigenpraktijk Hellevoetsluis - Realisatie SEDERO.nl